Hoofdlijnen: in Arc of Essentials ©
Dimensies en Domeinen van Informatie

[dd. 2018|04|28 - 22h:40m (32s:646ms) ]


Relaties tussen De vier Dimensies van Informatie

Totaal-overzicht:  De vier Dimensies van Informatie
  I

II

III

IV

Dimensie
Voorstelling van zaken
Onderbouwing
Werking
Uitingsvorm
Fase in informatiestroom
Perceptie
Modelvorming
Output
Input
Proces
Subjectieve beleving

Associatie, synthese;

Taxatie, waardering
(appraisal)
Oordeelsvorming

Reactie-opties;

Selectie + Beslissen
Informatie-toepassing

Actie;

Fysiek gedrag
Informatie-uitwisseling

Waarneming, expressie;

Codering + Decodering
Bewerking
Creatieve ontwikkeling
Logische
analyse/toetsing
Empirische
analyse/toetsing
Taalanalyse,
interpretatie
Criteria
Samenhang,
belevingswaarde
Voldoende grond
(Logisch-valide)
Voorspellende kracht
(Empirisch-valide)
Volledigheid,
geloofwaardigheid
Type effect
(cq. spin-off)
Intra-psychisch effect
Logisch gevolg (implicatie)
Causaal effect
Betekenis-effect
Gebruikswaarde
Inzicht, begrip;
motivatie
Betrouwbaarheid,
informatie-kwaliteit
Effectiviteit
Overtuigingskracht
Doeluitkomst
Belevingskwaliteit
Waarheidsgehalte
(waarheidsgelijkenis)
Gewenst effect
Wederzijds begrip,
waardering
Cruciale inzichten, competenties, gereedschappen
Heldere systematiek voor resultaatgerichte aanpak.

Helder, samenhangend mensbeeld.

Een solide theorie over het subjectief bewustzijn.



Effectief gebruik van logica.

Glashelder concept van 'informatie'.

Gedegen informatieverzameling.

Exacte methode voor complexe analyses.

Inzicht in de aard van domeinen.
Heldere systematiek voor causale analyse.







Methode voor systematische, inhoudsvrije taalanalyse.










Relaties tussen De vier Domeinen van Informatie

Totaal-overzicht:  De vier Domeinen van Informatie
  I

II

III

IV

Kennisgebied
Psychologie
Logica
Causaliteit
Taal en Communicatie
Domein
(procesniveau)
Psychische processen
Abstracte patronen
Fysische processen
Sociale interacties
Kenmerkende activiteit
Functioneren, motivatie, beleving, kwaliteit, bewustzijn
Redeneren, oordeelsvorming, waarheidsvinding
Werking, be´nvloeding, sturing
Zenden en ontvangen van informatie

Ver-taling,verbale en non-verbale codering en decodering
Vraagstelling
Wat bepaalt welbevinden, reageren, keuzevrijheid van mensen?
Hoe weet je wat waar, waarschijnlijk, aannemelijk is?
Hoe wordt iets veroorzaakt - en welke gevolgen heeft het?
Wat 'zegt' taal? Wat 'doet' communicatie?
Kennisdoel
Model van systeem/organisme
Wetten van waarheid,
geldige redeneervormen
Wetten van oorzaak-gevolg,
causale hypothese/model
Principes van contact, communicatie en taalgebruik
Modus van informatie
Informatie in ervaring, emotie, 'intu´tie', motivatie
Informatie in combinaties en implicaties
Informatie in processen van oorzaak-gevolg
Informatie in tekens en patronen
Substantie
Kwaliteit: betekenissen, emoties, esthetica, .. qualia
Kwantiteit: combinaties, afleidingsrelaties
Werking: dynamica; causale mechanismen
Fysieke uitingsvormen
Type structuur
Semantisch netwerk

Inhoud en samenhang van ervaring: model, bepaalt associatief denken.
'We anticipate events by construing their replications' (Kelly, G.A., 1955; Construct Theory, Construction Collorary').
'The map is not the territory' (A.Korzybski, 1931).
Logische structuur

Ordeningspatronen: abstracte structuur, levert logische combinaties en implicaties: de beslissende voorwaarden voor waarheidsgehalte.
'To discover truths is the task of all sciences, it falls to logic to discern the laws of truth' (G.Frege, 1918).
Causale relaties

Gebruik van informatie om gewenste resultaten te bereiken.
Syntax

'Spelregels' en 'vocabulaire' - vanuit taal, cultuur, afspraken of improvisatie - om informatie weer te geven.
Voorwaarden voor communicatie.
'The choice of the signifier .. has no natural connection with the signified '
(F.de Saussure, 1916).
Unieke kenmerken
Vermogen tot bewustzijn -
Unieke kenmerken:
(·) Is noodzakelijke voorwaarde voor alle ervaring en informatie die ons bekend kan zijn.
(·) Omvat kwaliteitsbeleving, intrinsieke waarde, emotie, qualia e.d..
(zie o.a. Miller, Kaplan, Searle, Nagel, Chalmers, Lanier, etc.).
Abstracte ordening -
Unieke kenmerken:
(·) Kent discreet verschil, grondslag van informatie.
(·) Is kwantificeerbaar. Kwantiteit omvat bijv. omvang, aantal, getal , teken, syntax, structuur, complexiteit e.d..
(·) Is wetmatig 'creatief'. Door combinatoriek ontstaat differentiatie, en worden andere aspecten en variaties kenbaar.
(·) Kent, door 'combinatorische explosie', oneindige uitbreiding (tot in onbeperkte kardinaliteit). Tegelijk blijkt elke valide expansie of transformatie direct en inherent reversibel, d.i. weer reduceerbaar naar zijn basisparameters.
(·) Belichaamt extrinsieke ordening. Impliceert Multiple Realizibility. Biedt grondstof voor Virtual Reality.
(·) Is vatbaar voor logische wetten, als beschreven in formele logica en meta-logica.
(o.a. Frege, Hilbert, Cantor, Russell, Zermelo, Herbrand, Tarski, G÷del, Church, Kleene, Turing, Lindenbaum, Henkin, Skolem, L÷wenheim, Robinson, etc.).
Fysische ordening -
Unieke kenmerken:
(·) Is kennelijk inherent aan fysische verschijnselen.
(·) Belichaamt intrinsieke ordening.
(zie Kant, Peirce, Wehl, Popper, Lakatos e.a.).
Intersubjectieve beleving -
Unieke kenmerken:
(·) Communicatie bestaat uit 'the offering and accepting of meaning' (V.Satir, 1976).
(·) Communicatie maakt wederzijds begrip mogelijk. De waarde van gedeelde ervaring is mÚÚr dan 'de som der delen'.
(zie Korzybski, Leech, Perls, Heider, Keller & Brown, Satir, e.a.).
Inherente kenmerken
Te onderscheiden van andere domeinen.
(·) Blijkt afhankelijk van neuro-fysische functies.
(·) Kan niet direct, als zodanig, worden waargenomen in fysisch domein.
(·) Is toegankelijk voor, maar is wezenlijk niet reduceerbaar tot, abstracte ordening. Kwaliteit kan niet worden vervangen of gecreŰerd door kwantiteit. Is daardoor niet 'berekenbaar' door algoritmes.
Te onderscheiden van andere domeinen.
(·) Is direct (her)kenbaar binnen bewustzijn , hoewel alleen via mentale constructie.
(·) Kan niet volledig, 100 % exact worden 'bevat' in bewuste perceptie.
(Is wel te begrijpen, maar niet volledig voorstelbaar. Denk bijv. aan een 'duizenkantige veelhoek').
(·) Heeft geen 'proceskarakter' of andere fysische eigenschappen.
(·) Is niet gebonden aan fysische aspecten zoals materie, energie, tijd of ruimte; dus evenmin grondstof, medium of drager.
(·) Kan niet direct, als zodanig, worden aangetroffen in fysisch domein.
(·) Kan niet volledig, 100 % exact worden weergegeven in fysisch domein.
(Is wel te begrijpen, maar niet volledig af te beelden. Denk bijv. aan een 'perfecte cirkel').
(·) Kan tot symmetrie naderen met, maar is niet reduceerbaar tot, fysische ordening.
Te onderscheiden van andere domeinen.
(·) Blijkt inherent relatief.
(·) Is niet 'op zichzelf' (an Sich) voor ons kenbaar.
(·) Heeft geen - naspeurbare - intrinsieke 'betekenis'. Heeft alleen toegekende betekenis, via interpretatie.
(·) Fysische vorm kan niettemin, binnen een bepaalde gedeelde context (referentiekader), dienen als voertuig voor tekengeving en communicatie.
Te onderscheiden van andere domeinen.
(·) Communicatie maakt gebruik van verwijzing door middel van vorm , signaaloverdracht en betekenis.
Het omvat dus interactie tussen de domeinen van informatie (abstracte ordening), fysische processen en subjectieve perceptie.