Methode 'Praktische Logica':

 

Modelvorming



Informatieverwerking en oordeelsvorming



Essentiële inzichten en vaardigheden


op de vier Domeinen van Informatie


volgens model/ methode

 

Arc of Essentials ©


Domein

Psychologie


Domein

Logica


Domein

Causale Analyse


Domein

Communicatie en taal



Modelvorming



1. Leven met een wereldmodel.


Om steeds informatie te verzamelen over de situatie waarin we ons bevinden, de doelen die we hebben, en de mogelijkheden om die doelen te verwezenlijken, zijn we uitgerust met zintuigen en een zenuwstelsel. Daarmee proberen we ons een voorstelling te maken van onze leefwereld: een wereldmodel. Het wereldbeeld omvat zaken zoals levensvisie, mensbeeld, zelfbeeld, lichaamsbeeld, enz..
"A person's processes are psychologically channalized by the ways in which he anticipates events". .. "We anticipate events by construing their replications" (Kelly,G.A., 1955; 'Theory of Personal Constructs', 'Fundamental Postulate').
"Wij reageren niet rechtstreeks of onmiddelijk op de wereld, maar we opereren, binnen die wereld, door middel van een 'kaart' of model (een zelfgeschapen voorstelling) van die wereld, om ons gedrag daarin te leiden." (Bandler & Grinder, 1976, p. 17).
"Mensen reageren primair vanuit hun innerlijke voorstellingen en niet vanuit hun zintuiglijke waarnemingen van gebeurtenissen" (Lankton & Lankton, 1983).

2. Leven binnen de Bubble.


Wij kunnen niets weten van de werkelijkheid - om het even: merken, denken, beseffen of ervaren - zonder een actieve toekenning van enige subjectieve structuur, anders gezegd, van betekenis, van onze kant: 'Je kunt niet niet-betekenisgeven'.
Elke betekenis, waardering of beleving is allereerst in the eye of the beholder.
Deze betekenisgeving bepaalt grotendeels wat we bewust ervaren en begrijpen. Daardoor is ze direct bepalend voor kwaliteit van beleving, zoals welbevinden, voldoening of geluk ..

We bestaan dus noodzakelijk binnen een persoons-gebonden, betekenis-houdende ervaringsruimte, een 'semantische empirie' (C.P. van der Velde, 1984); oftewel, onze 'Bubble of Perception' (D. Gordon, 1983).
{Zie ook: Principes van Modelvorming: mogelijkheden van kennis, informatie en logica. }
"De betekenis die een gebeurtenis voor ons heeft is afhankelijk van het referentiekader waarin we het beschouwen" (Bandler & Grinder, 1982, p.1).
"Wat kenbaar is, is de wisselwerking tussen waarnemer en het waargenomene, en nooit de onafhankelijke eigenschappen van het waargenomene op zich." (Walsh, R.N., 1979, p.180).
"We cannot climb out of our mind" (Richard Rorty, 1980).
Je kunt dus niet om je brein (je zenuwstelsel) heen. Dat wil zeggen: je zult bij leven en bewustzijn altijd je fysieke zenuwstelsel moeten gebruiken.

3. Feilbaarheid van kennis.


Een moeilijkheid is dat de werkelijkheid welhaast oneindig veelomvattend, complex en grillig is. Vergeleken met de werkelijkheid zijn onze vermogens tot waarnemen, begrijpen en kennen uiterst beperkt en feilbaar. Menselijke 'kennis' over de werkelijkheid is dan ook altijd subjectief, relatief, onvolledig, en in zekere mate onnauwkeurig, willekeurig en partijdig (zie o.m.: Korzybski, 1933; Wehl, 1927/1949, p.83, 116; Popper, 1934/ 1959, p.111; Lakatos, 1970; Kahneman, Slovic en Tversky, 1982).
In onze werkelijkheid is niets absoluut zeker, behalve misschien deze basisregel: de kaart is niet het gebied ("The Map is not the Territory", Alfred Korzybski, 1933).
"Er is een noodzakelijk verschil tussen de wereld en elk afzonderlijk model of voorstelling van de wereld." (Bandler & Grinder, 1975a/ 1977, p. 20).
"Niemands begrip zal ooit volledig overeenstemmen met de wereld buiten." (Bandler & Grinder, 1982, p. 40).
"De wereld is zo'n doolhof van dingen, zo gecompliceerd, dat geen bewering compleet is" (Stephan Themerson, 1910-1988).
"Alle wetenschap is, afgemeten tegen de werkelijkheid, primitief en kinderlijk". (Albert Einstein, geciteerd in: 'The Expanded quotable Einstein', 2000).

4. Dingen hebben geen vaste betekenis.


Het is in de grond onmogelijk om voor een bepaald ding, voorwerp of verschijnsel een specifieke betekenis te willen achterhalen of determineren. Laat staan zoiets te willen documenteren of (letterlijk) 'vastleggen'.
a.

Aannname van structuur.


We kunnen van géén structuur die wij kennen of vermoeden ooit sluitend bewijzen dat deze werkelijk op exact dezelfde wijze in de 'buitenwereld' aanwezig is, als wij denken. Alle structuur die wij kennen blijft dan ook puur hypothetisch.
"Man's truth is never absolute because the basis of fact is hypothesis" (Ch.S. Peirce, Writings vol.I, p.7).
b.

Projectie van structuur.


Sterker nog, alle structuur die wij in de wereld ontwaren, is daar door ons zelf tevoren (grotendeels onbewust) aan toegekend, door middel van neurofysiologische, intrapsychische of mentale processen zoals constructie, perceptie en projectie. Zo'n structuur is dus in feite altijd een artefact.
Het is principieel niet hard te maken dat dingen 'van zichzelf', An Sich, een 'eigen' structuur of betekenis hebben.
"Wat onmiddelijk wordt ervaren is subjectief en absoluut .. De objectieve wereld, aan de andere kant, die de wetenschap in pure vorm tracht te kristalliseren .. is relatief. ..
Wie streeft naar het absolute moet subjectiviteit en egocentrisme op de koop toe nemen, en wie objectiviteit wil bereiken kan niet om het probleem van relativisme heen
". (Wehl, H., 1927/1949, p. 83/ p. 116; geciteerd in: Popper, K.R., 1934/1959, p. 111).
".. Ofschoon het absolute inderdaad kan worden ervaren, en om die reden intuïtief kan worden gevoeld, weigert zij zich in woorden te laten uitdrukken. Want 'Spricht die Seele, so spricht, ach! schon die Seele nicht mehr' (Wanneer de ziel spreekt, dan, helaas, is het al de ziel niet meer die spreekt)." (Reininger, R., 1916, p.29; geciteerd in Popper, K.R., 1934/ 1959, p. 111).
"As far as the laws of mathematics refer to reality, they are not certain; and as far as they are certain, they do not refer to reality." (Albert Einstein, 'Sidelights on Relativity', in: J.R. Newman, 'The World of Mathematics', 1956).

5. Grenzen aan de relativiteit.


In de praktijk blijken we vaak redelijk gemakkelijk te kunnen vaststellen waar een voorstelling van zaken (ver genoeg) buiten de algemeen erkende, objectieve of tenminste intersubjectieve realiteit treedt. Blijkbaar is niet alles totaal relatief. Er bestaan gradaties in relativiteit, en dus ook in objectiviteit.
Een typische New Age uitspraak als 'ieder heeft zijn eigen waarheid' kan beter geformuleerd worden als: 'ieder heeft zijn eigen beleving van de werkelijkheid'.
"We moeten toch erkennen dat de rebel die de spot drijft met de waarheden van wiskunde, natuurkunde en scheikunde niet echt van dezelfde soort is als degene, die de vloer aanveegt met [sociaal-culturele] conventies" (Edward Sapir, 1963).
"De bakker is belangrijker dan welke schrijver of denker ook. Dat het brood van vandaag even eetbaar zal zijn als dat van gisteren, is een zekerheid die logisch gezien betwijfeld kan worden, maar waarmee we desondanks probleemloos kunnen leven" (Ludwig J.J. Wittgenstein, 1921; 1953).

6. Voorrang aan gebruikswaarde


'Absolute' objectiviteit is gelukkig ook niet nodig, want de eerste functie van onze kennis is niet 'waarheid', maar bruikbaarheid om onze alledaagse doelen te bereiken, ofwel: doelmatigheid. Het gaat dus allereerst om gebruikswaarde, pas daarna om waarheidswaarde.
De relatie tussen menselijke kennis en werkelijkheid is vergelijkbaar met die tussen een landkaart en het afgebeelde gebied.
De kaart hoeft niet een één op één afbeelding te zijn: ze dient in de eerste plaats als gids, wegwijzer of leidraad voor ons handelen en beslissen in het gebied van de werkelijkheid.
"Een plattegrond IS niet het gebied dat hij weergeeft maar hij bezit, als het goed is, een structuur vergelijkbaar met dat gebied, die zijn bruikbaarheid bepaalt." (Korzybski, 1958, p. 58-60).
"Men moet hierbij in gedachten houden dat de gehele voorstellingswereld in haar totaal niet tot doel heeft een afbeelding van de werkelijkheid te zijn - dat zou voor haar een onmogelijke taak zijn - maar een instrument, waarmee we gemakkelijker onze weg in de wereld kunnen vinden." (Vaihinger, 1924, p.15).

C.P. van der Velde, oktober 2015.

 
>